Een biovergistinginstallatie werkt ongeveer zoals een koeienmaag. Je voedt de installatie met plantaardig materiaal, zoals bietenstaartjes (afval van de suikerbiet), aardappelstoomschillen en eventueel maïs.
De boel wordt in deze eerste ‘maag’ fijngemalen met een hakselaar. In deze vergister is het 37 graden, een ideale temperatuur voor bacteriën. De inhoud blijft dertig tot vijftig dagen gisten en loopt over in de volgende ‘maag’, oftewel de navergister. De boel gaat broeien en er ontstaat gasvorming.
Bron: BN/De Stem