De buien van zondag hebben op de meeste plaatsen enkele millimeters opgeleverd. Op een enkele plaats kwam circa 10 mm naar beneden. Voor de droogte is het de spreekwoordelijke druppel op de gloeiende plaat. De neerslagtekorten zijn in ons land zeer groot.
Druppel op gloeiende plaat
Een paar buien zijn verre van voldoende om een einde te maken aan de droogte. Voor de tweede helft van de week worden opnieuw enkele buien verwacht, maar ondanks de regen neemt de landelijk droogte verder toe. Het overwegend zonnige en meestal vrij warme weer zorgt voor veel verdamping. Op veel plaatsen is het voorjaar droger dan ooit. Het landelijke neerslagtekort is groter dan om deze tijd in recordjaar 1976. Het landelijk neerslagtekort is opgelopen tot ongeveer 120 mm. De komende tien tot vijftien dagen neemt het neerslagtekort naar verwachting verder toe. Het tekort loopt uiteen van ongeveer 90 mm in het oosten tot omstreeks 140 mm in het westen en noordwesten van het land.
Uitzonderlijk droge lente
Een dergelijk tekort aan neerslag is voor deze tijd van het jaar uitzonderlijk en wordt gewoonlijk pas aan het einde van de zomer gemeten. Hoe het deze zomer verder gaat met de droogte hangt uiteraard af van de weersomstandigheden. Weliswaar is er in Nederland in het voorjaar en de zomer een trend naar warmer en zonniger weer, maar seizoensverwachtingen zijn voor dit gebied nog niet betrouwbaar genoeg om zinnige uitspraken te doen over het gemiddelde zomerweer. Het weer kan nog alle kanten op wat ook blijkt uit het verloop in vorige droge periodes
Van voorjaarsdroogte naar zomerdroogte
In de meest recente droge en hete zomer van 2003 liep het neerslagtekort op van 78 mm in het voorjaar tot 227 mm eind augustus. Ruim twee keer zoveel als normaal aan het eind van de zomer en een droogte die ongeveer eens in de tien jaar voorkomt. In 1976 was het vanaf het voorjaar tot aan het einde van de zomer extreem droog. Het jaar een maximaal tekort op van 360 mm.
Zeer lage Rijnafvoer
Volgens het Watermanagementcentrum Nederland van Rijkswaterstaat is de afvoer op de grote rivieren laag (Maas) tot zeer laag (Rijn) voor de tijd van het jaar. De Rijnafvoer is inmiddels lager dan in 1976 in dezelfde tijd van het jaar. Alleen in 1921 was er bij Lobith een nog lagere Rijnafvoer in deze periode van het jaar. Afgelopen weken is er in Nederland en ook in de stroomgebieden van Rijn en Maas weinig neerslag van betekenis gevallen. De afvoer op de grote rivieren blijft te laag voor de tijd van het jaar. De grondwaterstanden zijn laag en de behoefte aan water neemt gaande het groeiseizoen toe. Het landelijk beeld is dat de grondwaterstanden erg laag zijn voor de tijd van het jaar. Er zijn aanzienlijke hoeveelheden neerslag in de stroomgebieden van Maas en Rijn noodzakelijk om de afvoer op normale waarden terug te brengen. Herstel naar een normale situatie is dus op korte termijn niet te verwachten
Bron: KNMI





Laatste reacties