Ook tijdens de zevende Nationale Tuinvogeltelling haalt de huismus de eerste plaats. In totaal werden in de 35.000 tuinen zo´n één miljoen vogels geteld, waarvan ruim 190.000 huismussen. De tweede en derde plaats gaan respectievelijk naar de Merel en de Koolmees, beiden met ruim 118.000 exemplaren goed vertegenwoordigd in de Nederlandse tuinen.
Ondanks het grote aantal waarnemingen doet de huismus het slecht de laatste jaren. In de afgelopen 25 jaar is de populatie huismussen gehalveerd. Door de steeds ´nettere´ huizen en tuinen, vindt de zangvogel steeds minder plekken waar hij zich thuis voelt. De eerste plaats dankt de huismus dan ook aan het feit dat hij (what´s in a name) vooral rond bebouwing leeft, en dat het een echte kolonievogel is. Zie je één huismus, dan hippen er waarschijnlijk tientallen meer rond.
Volgens de organisatoren van de tuinvogeltelling, de Vogelbescherming en SOVON Vogelonderzoek, heeft de strenger winter tot nu toe weinig invloed op het aantal waargenomen tuinvogels. Ook deze resultaten kunnen echter de werkelijkheid vertekenen: door het gure weer zouden veel vogels juist de warme stad opzoeken, helemaal natuurlijk als de fanatieke tuinvogeltellers ook nog de vogeltjes bijvoeren. Op de website van de tuinvogeltelling kan per postcode worden opgezocht welke vogels er het meeste zitten.
Van onze nieuwspartner Auxo Media





Laatste reacties