De Nederlander geeft ons landschap een ruime voldoende. Volgens een onderzoek naar landschapsbeleving zijn bedrijventerreinen, kassen en windturbines de grootste stoorzenders.
Er is al veel gezegd over de verrommeling van het landschap, maar tot nu toe waren vooral deskundigen aan het woord. Wageningen Universiteit en het Planbureau voor de Leefomgeving hebben in een onderzoek de mening van de burger gepeild: wat vindt de gewone Nederlander nou van storende landschapselementen?
Met een cijfer van gemiddeld 7,3 wordt het Nederlandse landschap redelijk positief gewaardeerd. Bedrijventerreinen, kassen en windturbines blijken de grootste stoorzenders van een positieve landschapsbeleving. Zij hebben een grotere impact op het landschap dan woningen en maneges. Zelfs een megastal blijkt te kunnen, zolang deze maar gehuisvest is in een agrarisch landschap – want daar hoort die thuis.
Verrassender is het effect van leeftijd op landschapsbeleving. Zo storen ouderen zich aan de enorme maïsvelden die zich over Nederland uitstrekken, zij willen liever kleinschalige landbouw, terwijl jongeren een maïsvlakte ervaren als een prettig stukje, agrarisch groen. Alles went. Ook over windmolens zijn jongeren positiever.
Tot slot concluderen de wetenschappers dat vooral de methode van onderzoek veel impact heeft op het resultaat. Cijfers over landschapswaardering lijken dus gevoelig materiaal voor manipulatie.
Geplaatst via onze nieuwspartner: Auxo Media