Onderzoekers van het instituut IMPACT van de Universiteit Twente hebben een methode ontwikkeld om biomassa zo efficiënt en goedkoop mogelijk om te zetten in olie. Die olie kan dan als voeding dienen voor bestaande raffinaderijen om transportbrandstoffen te maken.

De biomassa die ze gebruiken is een van de zogenaamde tweede generatie, wat wil zeggen dat het afkomstig is uit bos- en landbouwafval. In het Europese project Biocoup werken universiteiten en bedrijven uit een aantal Europese landen samen om biomassa om te zetten in olie die bruikbaar is in bestaande raffinaderijen.

Pyrolyse
Wetenschappers van de Universiteit Twente onderzoeken samen met onder andere het bedrijf BTG en de Rijksuniversiteit Groningen hoe ze biomassa kunnen gebruiken om olie te produceren, waarbij ze vooral gebruik maken van bos- en landbouwafval. Dat kan door deze  biomassa vloeibaar te maken door middel van een proces dat pyrolyse heet. De pyrolyse-olie die hier het resultaat van is, is nog niet geschikt om in een bestaande raffinaderij te worden verwerkt. Daarvoor moet eerst het grootste deel van de zuurstof die erin zit, verwijderd worden. Dat lukt door de olie met waterstof te mengen. Een nadeel is dat de voor het proces benodigde waterstof erg duur is. Daarom ligt de nadruk van het onderzoek er op zo zuinig mogelijk met waterstof om te springen.

Lees hier het volledige bericht.

Geplaatst door onze nieuwspartner Energie Business

 

Deel je mening

 

Deel je mening, tips en aanvullingen over dit artikel. Je mailadres blijft altijd geheim.