We hadden een koude winter, een warm voorjaar, de koudste meimaand in 20 jaar en tot nu toe een droge zomer. Deze klimaatschommelingen zorgen voor schommelingen in de natuur. Zo lag de ontwikkeling van planten tot halverwege maart door de koude winter gemiddeld drie weken achter op die van de voorgaande 9 jaar.

Na de warme maart en april was er halverwege april geen achterstand meer. Ook de ontwikkeling van vlinders, amfibieën en vogels was halverwege de lente vergelijkbaar met het gemiddelde van de voorgaande jaren. Door de koude mei liep de achterstand bij de planten en libellen weer op tot bijna twee weken. Ondanks de hitte ligt de ontwikkeling van zomerbloeiers toch nog bijna een week achter op de voorgaande jaren. Hier is de droogte waarschijnlijk de boosdoener.
Vanmorgen zijn de resultaten van het eerste halfjaar Natuurkalender bij het radioprogramma Vroege Vogels gepresenteerd. Het jaar kent al diverse uitersten wat betreft weersomstandigheden. Op basis van de duizenden natuurwaarnemingen door vrijwilligers en scholieren kunnen we een eerste balans opmaken van hoe de natuur op de weersomstandigheden gereageerd heeft.

Ruim drie weken achterstand
De afgelopen winter is koud geweest. Niet extreem koud maar wel de koudste sinds 1996. Dat was dus wel weer even wennen. Vooral omdat we net de een na warmste november in drie eeuwen achter de rug hadden. De eerste hazelaars kwamen dan ook al in november in bloei en diverse amfibieënsoorten waren nog actief. Door de kou kwam de ontwikkeling echter abrupt tot stilstand. De hazelaars kwamen pas weer massaal eind februari in bloei. De achterstand in de natuur ten opzichte van het gemiddelde van de voorgaande jaren was tegen die tijd opgelopen tot ruim drie weken. In vergelijking met het gemiddelde van 50 jaar geleden was de achterstand echter maar vier dagen. Het begin van 2010 was dus vrijwel vergelijkbaar met vroeger terwijl de voorgaande jaren zeer vroeg waren.

Vlinders pas in maart
Met het in bloei komen van klein hoefblad, speenkruid en bosanemoon aan het einde van maart liep de achterstand in de ontwikkeling sterk terug. Halverwege maart liep de temperatuur flink op en, ondanks dat de meeste mensen het voorjaar koud vonden gingen zowel maart als april de boeken in als zacht en zonnig. Rond half april kwamen bomen als berk, beuk en eik in blad. Ze hadden nauwelijks meer een achterstand ten opzichte van de voorgaande jaren. De koude winter had voor voldoende ‘winter chilling’ gezorgd zodat ze snel konden reageren op de hogere temperaturen.
Tot half maart werden er nauwelijks eerste vlindermeldingen doorgegeven. Sinds de start van De Natuurkalender in 2001 kwamen de eerste vlinders niet zo laat tevoorschijn. Vanaf half maart waren er echter prima omstandigheden voor vlinders waardoor de piek van de eerste vlinderwaarnemingen van dagpauwoog, gehakkelde aurelia en het boomblauwtje toch vrijwel op hetzelfde moment viel als in de voorgaande jaren.

Amfibieën allemaal tegelijk
Het verschijnen van de bruine kikkers en padden lag begin maart nog een week achter terwijl de eerste eieren aan het einde van maart zonder achterstand op voorgaande jaren verschenen. Ze hadden dus een inhaalslag gemaakt. Stichting RAVON meldde begin april dat door de plotselinge weersverbetering de vroege soorten (bruine kikker, gewone pad) en late soorten (rugstreeppad) vrijwel tegelijkertijd uit winterslaap kwamen. De koorzang en eiafzet viel ook gelijktijdig.

Bron: Arnold van Vliet, Wichertje Bron en Sara Mulder: Natuurkalender

Lees hier het volledige bericht.

Geplaatst door onze nieuwspartner Vroege Vogels

 

Deel je mening

 

Deel je mening, tips en aanvullingen over dit artikel. Je mailadres blijft altijd geheim.